- Fysiotherapiewetenschap.com

De invloed van bètablokkers op de inspanningscapaciteit


Drs. M.J.M. Maarten Verschure, sportarts Diaconessenhuis Leiden


Ik zou willen starten met de werking van bètablokkers. Er zijn 2 soorten in gebruik: selectieve en niet-selectieve bètablokkers.
Beiden werken op het sympatisch zenuwstelsel. De bèta-1 receptoren bevinden zich met name in het myocard. De bèta-2 receptoren bevinden zich met name in de wanden van de luchtwegen en in bepaalde bloedvaten.
 
Blokkade van de Bètareceptoren leidt tot tensiedaling, verlaging van de hartfrequentie, afname van hartminuutvolume (ook door vertraagde AV-geleiding) en verminderde perifere circulatie. De vullingstijd van het hart neemt toe; ook de perfusie van het hart zelf. Het leidt in de longen tot toename van bronchiale secretie en vernauwing van de bronchiolen. Verder leidt het tot remming van de glycogenolyse. Een hypoglykemie wordt hierdoor minder snel door het lichaam gecorrigeerd. Het centrale zenuwstelsel bevat ook bètareceptoren dus ook daar heeft een bètablokker effect op. Bètablokkers worden omwille van bovengenoemde eigenschappen gebruikt voor patiënten met: angina pectoris, hypertensie, bepaalde aritmieën, tremoren en spanningen.
 
Bètablokkers staan op de dopinglijst. Dit niet zozeer omdat ze het inspanningsvermogen verbeteren maar om een heel andere reden. Een bètablokker levert namelijk voordeel op bij sporten waarin lichamelijke inspanning laag is en de fijne motoriek en concentratie belangrijk zijn. Door de lage hartfrequentie en verminderde kans op trillen, verbetert de concentratie en is er minder gevoel van spanning.
Daarom staan bètablokkers voor de volgende sporten op de dopinglijst: autosport, biljarten (alle disciplines), bowling, bowls, bridge, darts, golf, handboogschieten (ook buiten wedstrijdverband), jeu de boules, kegelen, luchtvaart, powerboaten, schieten (ook buiten wedstrijdverband), skischansspringen, skiën/snowboarden (ook free style, aerials en halfpipe) en snowboard (half pipe en big air).
 
Als bèta-1 receptoren geremd worden, zoals bij de selectieve bètablokker, bestaan met name cardiovasculaire effecten en is er minder effect op de luchtwegen. Dat kan een voordeel zijn voor bijvoorbeeld astma patiënten.
 
Wat is dan de invloed van bètablokkers bij intensief sporten?
Bètablokkers verlagen de hartfrequentie. Bij intensief sporten kun je dat effect merken doordat de maximale hartfrequentie niet meer wordt bereikt. Het lijkt alsof er een rem op het hart staat. De hartfrequentie kan 5-20% lager uitvallen bij gebruik van een bètablokker. Bij een sporter van 20 jaar betekent dat de hartfrequentie niet meer tot 200 slagen per minuut kan komen.(volgens de formule maximale hartfrequentie = 200 – de leeftijd). De maximaal te bereiken hartfrequentie zal dan tussen de 160-190 hartslagen komen te liggen. De inspanningscapaciteit kan dan 23-42 % verminderen. Het is aan te raden bij sporters te kiezen voor andere medicatie dan bètablokkers als dat mogelijk is.
 
Bij submaximale sportvormen hoeft dit niet zo te zijn en verbeteren bètablokkers juist de doorbloeding van de hartspier en de vullingstijd van het hart. Verder zijn er aanwijzingen dat het gebruik van een bètablokker de beschikbare vetzuren die je gebruikt bij inspanning verminderd. Dat heeft een negatieve invloed op de inspanning. Dit laatste effect zou minder zijn bij de selectieve bètablokkers doordat deze met name op het hart werken en niet of minder op de glycogenolyse.
 
Samengevat geven bètablokkers een verminderde prestatie bij inspanning:
• Verlaagde hartfrequentie in rust en bij inspanning. (gemiddeld 5-20% van de maximale hartfrequentie; dit wisselt echter sterk)
• Sneller oververhitting (moeheid, duizeligheid, misselijkheid, dorst, wazig zicht, krampen)
• Sneller uitdroging
• Sneller hypoglycemie (duizeligheid, trillen, honger, zweten)
 
 
Bronnen:
Farmacotherapeutisch kompas
Dopingautoriteit