- Fysiotherapiewetenschap.com

De invloed van stemmingsstoornissen op het meten en behandelen van vermoeidheid bij de ziekte van Parkinson


Drs. Roy G. Elbers, universitair docent, klinisch epidemioloog, fysiotherapeut


Introductie
Ongeveer 32% tot 50% van de parkinsonpatiënten klaagt over vermoeidheid (1,2). Ondanks dat eerdere studies suggereren dat vermoeidheid een negatieve invloed heeft op kwaliteit van leven en fysieke activiteit (4,5), blijft de werkelijke invloed van vermoeidheid op het dagelijks leven onduidelijk. Depressie en slaapstoornissen kunnen samengaan met vermoeidheid of vermoeidheid juist verergeren (6). Omdat de fysiologische mechanismen die bijdragen aan vermoeidheid niet bekend zijn (7) en de invloed van vermoeidheid op het dagelijks leven waarschijnlijk wordt beïnvloed door andere factoren, is het meten en behandelen van vermoeidheid bij de ziekte van Parkinson moeilijk.

De invloed van vermoeidheid en stemmingsstoornissen op dagelijkse activiteit bij Parkinson
Recente studies tonen aan dat vermoeidheid longitudinaal is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven (8) en afgenomen lichamelijke activiteit (9). De associatie tussen vermoeidheid en kwaliteit van leven werd verstoord door angst en depressie (8) en de invloed van vermoeidheid op fysieke activiteit werd vertekend door depressie (9). Echter, motorische beperkingen hadden geen invloed op de associatie tussen vermoeidheid en fysieke activiteit (9). Deze bevindingen suggereren dat verminderde lichamelijke activiteit bij mensen met chronische vermoeidheid kan worden verklaard door een verminderd functioneren van het neurobiologische stress systeem, en in mindere mate door inspanningscapaciteit (10). Depressie en andere stemmingsstoornissen zijn vaak geassocieerd met vermoeidheidsklachten bij parkinsonpatiënten (11-14). Dit betekent dat naast vermoeidheid, ook onderliggende stemmingsstoornissen moeten worden onderzocht.

Het meten van vermoeidheid bij Parkinson
Onlangs werden de Multidimensional Fatigue Inventory (MFI) (15,16), de Functional Assessment of Chronic Illness Therapy Fatigue subschaal (FACIT-F) (17) en de Fatigue Severity Scale (FSS) (15,16) aanbevolen voor het meten van vermoeidheid bij de ziekte van Parkinson. Het blijft echter onduidelijk of de absolute meetfout van deze instrumenten klein genoeg is om klinische relevante verschillen te kunnen vaststellen (15,17). Bovendien is de structurele validiteit van deze vragenlijsten mogelijk onvoldoende. De oorspronkelijke vijf dimensies van de MFI konden niet worden bevestigd in een Principal Component Analysis (15). Een andere studie (18) gebruikte item response theorie (IRT) methoden om de structurele validiteit van de FACIT-F en FSS te onderzoeken; voor beide instrumenten bleek de structurele validiteit onvoldoende bij patiënten met de ziekte van Parkinson (18). Dit suggereert dat items van de FACIT-F en FSS verschillende aspecten van vermoeidheid meten, en dat IRT aangepaste versies van deze vragenlijsten vermoeidheid waarschijnlijk preciezer en meer valide meet. Gezien de methodologische beperkingen van de huidige vragenlijsten, zou een performancetest de impact van vermoeidheid mogelijk nauwkeuriger kunnen meten. Echter, ervaren vermoeidheid en vermoeibaarheid tijdens activiteit zijn vaak niet met elkaar geassocieerd (19). Dit betekent dat vragenlijsten en observatie van vermoeibaarheid tijdens performancetests mogelijk verschillende aspecten van vermoeidheid meten.

Het behandelen van vermoeidheid bij parkinsonpatiënten
Behandeling van vermoeidheid bestaat meestal uit farmacologische en niet-farmacologische interventies. Een recente Cochrane Review (20) suggereert dat doxepin vermoeidheid kan verminderen en dat rasagiline fysieke vermoeidheid vermindert bij parkinsonpatiënten. Op basis van de kwaliteit van het huidige bewijs kunnen er echter geen duidelijke aanbevelingen worden gedaan voor de behandeling van vermoeidheid de patiënten met de ziekte van Parkinson (20).
Hoewel er toenemend bewijs is voor de effectiviteit van oefentherapie als aanvulling op medicatie (21), laat een meta-analyse zien dat oefentherapie geen significante verbetering geeft van vermoeidheid (20). Dit is teleurstellend, aangezien lichaamsbeweging depressie verbetert in een algemene populatie (22) en intensieve-doelgerichte oefentherapie gecombineerd met aerobe training tot op zekere hoogte de neuroplasticiteit in de basale ganglia bij parkinsonpatiënten kan verbeteren (23,24). Dit kan mogelijk leiden tot een vermindering van vermoeidheid bij patiënten met de ziekte van Parkinson.
Omdat vermoeidheid vaak voorkomt in samenhang met stemmingsstoornissen, is het mogelijk dat depressie het effect van een behandeling voor vermoeidheid kan beïnvloeden (20).

Implicaties voor de praktijk
Er wordt gedacht dat vermoeidheid een negatieve invloed heeft op kwaliteit van leven en parkinsonpatiënten beperkt in hun fysieke activiteit. De invloed van vermoeidheid hierop is echter klein en deze wordt waarschijnlijk ook nog vertekend door depressie en angst. Dit suggereert een mogelijk disfunctioneren van het neurobiologische stress systeem in de aanpassing op, en herstel van fysieke activiteit bij parkinsonpatiënten. Daarom dienen onderliggende stemmingsstoornissen te worden onderzocht.
De MFI, FACIT-F en FSS zijn bruikbaar voor het meten van vermoeidheid bij parkinsonpatiënten, maar de structurele validiteit van deze vragenlijsten lijkt niet voldoende. Robuuste, IRT aangepaste versies van deze instrumenten meten vermoeidheid waarschijnlijk preciezer en meer valide.
Op basis van het huidige bewijs is het lastig om aanbevelingen te doen voor de behandeling van vermoeidheid bij Parkinson. Patiëntkarakteristieken zoals onderliggende stemmingsstoornissen moeten in ogenschouw worden genomen bij de behandeling van vermoeidheid. Effectieve behandeling van onderliggende depressie, angst en slaapstoornissen kan de inspanningstolerantie verbeteren en moet voorafgaan aan deelname aan een oefenprogramma gericht op het vergroten van de inspanningscapaciteit.

Implicaties voor onderzoek
Vermoeidheid en lichamelijke activiteit bij parkinsonpatiënten kan mogelijk verklaard worden door een verminderde inspanningstolerantie als gevolg van het disfunctioneren van het neurobiologische stress systeem. De precieze onderliggende factoren die bijdragen aan vermoeidheid en fysieke activiteit zijn echter onbekend. Toekomstig translationeel onderzoek moet gericht zijn op de onderliggende neuro-hormonale mechanismen en op de klinische aspecten die inspanningscapaciteit, inspanningstolerantie en lichamelijke activiteit beïnvloeden bij parkinsonpatiënten.
De structurele validiteit van vragenlijsten die vermoeidheid meten moet worden bevestigd in studies die robuuste IRT-methoden gebruiken.
Gerandomiseerde studies moeten het effect onderzoeken van intensieve, resultaatgerichte oefentherapie gecombineerd met aerobe training op inspanningscapaciteit, inspanningstolerantie en vermoeidheid bij parkinsonpatiënten. Toekomstig onderzoek is nodig naar de effectiviteit van programma’s gericht op coping strategieën bij vermoeidheid. Patiëntkenmerken zoals onderliggende stemmingsstoornissen moet worden meegenomen bij het bestuderen van de effecten van behandeling op vermoeidheid.

Literatuur
1. Alves G, Wentzel-Larsen T, Larsen J: Is fatigue an independent and persistent symptom in patients with Parkinson disease? Neurology 2004; 63: 1908-1911.
2. Herlofson K, Larsen J: Measuring fatigue in patients with Parkinson’s disease - the fatigue severity scale. Eur J Neurol 2002; 9: 595-600.
3. Havlikova E, Rosenberger J, Nagyova I, et al.: Impact of fatigue on quality of life in patients with Parkinson’s disease. Eur J Neurol 2008; 15: 475-480.
4. Herlofson K, Larsen J: The influence of fatigue on health-related quality of life in patients with Parkinson’s disease. Acta Neurol Scand 2003; 107: 1-6.
5. Garber C, Friedman J: Effects of fatigue on physical activity and function in patients with Parkinson’s disease. Neurology 2003; 60: 1119-1124.
6. Herlofson K, Ongre S, Enger L, et al.: Fatigue in early Parkinson’s disease. Minor inconvenience or major distress? Eur J Neurol 2012; 19: 963-968.
7. Friedman J, Brown R, Comella C, et al.: Fatigue in Parkinson’s disease: a review. Mov Disord 2007; 22: 297-308.
8. Elbers R, van Wegen E, Verhoef J, et al.:Impact of fatigue on health-related quality of life in patients with Parkinson’s disease:a prospective study. Clin Rehabil 2014; 28: 300-311.
9. Elbers R, van Wegen E, Rochester L, et al.: Is impact of fatigue an independent factor associated with physical activity in patients with idiopathic Parkinson’s disease? Mov Disord 2009; 24: 1512-1518.
10. Van Houdenhove B, Verheyen L, Pardaens K, et al.: Rehabilitation of decreased motor performance in patients with chronic fatigue syndrome: should we treat low effort capacity or reduced effort tolerance? Clin Rehabil 2007; 21: 1121-1142.
11. Metta V, Logishetty K, Martínez-Martín P, et al.: The possible clinical predictors of fatigue in Parkinson’s disease: a study of 135 patients as part of international nonmotor scale validation project. Parkinsons Dis 2011; 2011: 125271.
12. Van Dijk J, Havlikova E, Rosenberger J, et al.: Influence of disease severity on fatigue in patients with Parkinson’s disease is mainly mediated by symptoms of depression. European neurology 2013; 70: 201-209.
13. Skorvanek M, Nagyova I, Rosenberger J, et al.: Clinical determinants of primary and secondary fatigue in patients with Parkinson’s disease. J Neurol 2013; 260: 1554-1561.
14. Stocchi F, Abbruzzese G, Ceravolo R, et al.: Prevalence of fatigue in Parkinson disease and its clinical correlates. Neurology 2014; 83: 215-220.
15. Elbers R, van Wegen E, Verhoef J, et al.: Reliability and structural validity of the multidimensional fatigue inventory (MFI) in patients with idiopathic Parkinson’s disease. Parkinsonism Relat Disord 2012; 18: 532-536.
16. Friedman J, Alves G, Hagell P, et al.: Fatigue rating scales critique and recommendations by the Movement Disorders Society task force on rating scales for Parkinson’s disease. Mov Disord 2010; 25: 805-822.
17. Elbers R, Rietberg M, van Wegen E, et al.: Self-report fatigue quationnaires in multiple sclerosis, Parkinson’s disease and stroke: a systematic review of measurement properties. Qual Life Res 2012; 21: 925-944.
18. Hagell, Höglund A, Reimer J, et al.: Measuring fatigue in Parkinson’s disease: a psychometric study of two brief generic fatigue questionnaires. J Pain Symptom Manage 2006; 32: 420-432.
19. Lou J, Kearns G, Benice T, et al.: Levodopa improves physical fatigue in Parkinson’s disease: a double-blind, placebo-controlled, crossover study. Mov Disord 2003; 18: 1108-1114.
20. Elbers R, Verhoef J, van Wegen E, et al.: Interventions for fatigue in Parkinson’s disease. Cochrane Database Syst Rev 2015: CD010925.
21. Tomlinson C, Patel S, Meek C, et al.: Physiotherapy intervention in Parkinson’s disease: systematic review and meta-analysis. BMJ 2012; 345: e5004.
22. Cooney G, Dwan K, Greig C, et al.: Exercise for depression. Cochrane Database Syst Rev 2013: CD004366.
23. Petzinger G, Fisher B, McEwen S, et al.: Exercise-enhanced neuroplasticity targeting motor and cognitive circuitry in Parkinson’s disease. Lancet Neurol 2013; 12: 716-726.
24. Van Wegen E, Hirsch M, Huiskamp M, et al.: Harnessing cueing training for neuroplasticity in Parkinson disease. Top Geriatr Rehabil 2014; 30: 46-57.

Fysiotherapie Wetenschap

Wetenschap