- Fysiotherapiewetenschap.com

Nieuws

NOS Journaal: ongecontracteerde thuiszorg is goedkoper

01-01-2018
In het journaal van vrijdag 29 december werd er aandacht besteed aan het item ongecontracteerde thuiszorg is duur en alleen voor rijken...
Lees verder

Case report

Manuele therapie bij patiƫnte met aspecifieke lage rug- en heupklachten bij Multiple Sclerose

F&W Case Report 2017; 2: 1
Samenvatting Achtergrond: er is weinig bekend over de manueel therapeutische behandeling bij patiënten met lage rug- en heuppijn in...
Lees verder

Expert opinion

Fysieke activiteit - Is het de inspanning waard bij insuline resistentie?

F&W Expert Opinion 2016; 11: 1
Vandaag de dag zijn er 2.1 miljard mensen die lijden aan overgewicht (BMI > 25 kg/m2) of obesitas (BMI > 30 kg/m2) [1]. Het hebben...
Lees verder

Brief VvAA: 5 argumenten tegen wetsvoorstel over keuzevrijheid in de zorg

02-07-2014
1. Deugdelijkheid is discutabel 
Vanuit het oogpunt van deugdelijkheid en haalbaarheid van de (nieuwe) wetgeving is het ten  zeerste de vraag of het voorstel van wijziging van artikel 13 op termijn houdbaar is.  Het wijzigen van artikel 13 betekent de facto dat het recht van alle burgers om altijd te kunnen  kiezen voor de eigen zorgverlener of -instelling wordt afgeschaft. Vorig jaar heeft het Europese  Hof van Justitie vastgesteld dat het recht op het kunnen kiezen van een eigen advocaat – ook in  het geval een verzekeraar een zogenaamde natura-rechtsbijstandverzekering biedt – een  grondrecht is, ook al kan de burger zelf besluiten om voor een dergelijke verzekering te kiezen.  Het lijkt vanzelfsprekend dat een burger ook zijn eigen zorgverlener moet kunnen kiezen, zéker  als hij of zij de verplichting heeft om daarvoor een verzekering af te sluiten, zoals het geval is in  Nederland. Het is daarom aannemelijk dat het Europese Hof te zijner tijd zal beslissen dat het  wetsvoorstel in strijd is met het Europees recht.   

Het recht om te allen tijde te kunnen kiezen voor de eigen zorgverlener is een fundamenteel  recht van iedere burger. Het is niet voor niets zo, dat het huidige artikel 13 het zogenaamde  ‘hinderpaalcriterium’ wordt genoemd. De huidige tekst borgt dat een patiënt ook in het geval dat  diens zorgverzekeraar geen overeenkomst heeft gesloten met een zorgverlener waarvoor de  patiënt heeft gekozen, toegang moet kunnen houden tot deze zorgverlener.   

2. Onaanvaardbare machtsvergroting van een kleine groep spelers 
Door het wijzigen van artikel 13 komt er een onevenredig grote marktmacht te liggen bij een  beperkt aantal partijen. De markt voor zorgverzekeraars wordt gekenschetst als een oligopolie.  Het is nu al zo dat vier grote partijen circa 90% van de markt in handen hebben, direct of  indirect via labels die weliswaar als merk los worden gepositioneerd maar die direct en voor alle  activiteiten vallen onder een van de vier grote partijen. Bij het wijzigen van artikel 13 gaat de  zorgverzekeraar zonder enige beperking en zonder formeel publiek toezicht anders dan van  AFM en DNB – die feitelijk alleen toezicht houden op de financiële en verzekeringstechnische  activiteit – bepalen welke zorg nog vergoed wordt. Dat zorgt ervoor dat een publieke taak,  relevant voor alle Nederlandse burgers, straks in handen komt van slechts vier private partijen.  Dat is vanuit democratisch perspectief onuitlegbaar en onaanvaardbaar.   

3. Er wordt geen gehoor gegeven aan de maatschappelijke weerstand 
Er is, zoals u waarschijnlijk weet, al sprake van een grote maatschappelijke weerstand bij veel  partijen in een breed speelveld en bij de Nederlandse burgers tegen deze voorgenomen  wijziging. Inmiddels is er een petitie aan de Vaste Kamercommissie van VWS overhandigd met  meer dan 130.000 handtekeningen. Om aan de maatschappelijke kritiek tegemoet te komen,  heeft de minister te kennen gegeven dat de keuze van patiënten niet zal worden beperkt, maar  dat het keuzeaanbod van zorgverzekeringen zal worden uitgebreid. Volgens de minister wordt  de wet zo gewijzigd, dat verzekerden bij het afsluiten van de verzekeringsovereenkomst de  keuze kunnen maken of zij vrije keuze van zorgverlener belangrijk vinden. Volgens de minister  kunnen mensen die de kosten van de verzekeringspolis belangrijker vinden dan een vrije keuze  daarvoor bewust kiezen. Natuurlijk is dit geen uitbreiding van keuzemogelijkheden.  De polissen die de minister noemt bestaan feitelijk al en er is tot nu toe weinig animo voor (BS  Health Consultancy, 2014). Feit is dat met het wetsvoorstel de keuze van verzekerden met een  naturapolis – een polis die 80% van de Nederlandse burgers op dit moment heeft – wordt  beperkt, al naar gelang de verzekeraar daartoe besluit en de verzekerde voor een dergelijke  polis kiest. 

4. De wetswijziging bewerkstelligt een geringere solidariteit tussen verzekerden  Verreweg de meeste verzekerden zijn geen patiënt. En verreweg de meeste mensen weten nu  al niet welke soort verzekering zij hebben (Motivaction, 2013). Het is niet aannemelijk dat  verzekerden zich in alle gevallen bewust zijn van de gevolgen van een keuze voor de door de  Minister als ‘budgetpolis’ bestempelde zorgverzekering. Als de wetswijziging wordt  doorgevoerd, hangt het sterk van de verzekeringspolis – en van de persoonlijke financiële  situatie - af of iemand nog zelf voor zijn of haar zorgverlener of -instelling kan kiezen.  “Daarnaast is het van belang te beseffen dat een belangrijk onderdeel van het medische proces  – en de kwaliteit van de zorg - wordt gevormd door de relatie tussen zorgverlener en patiënt. En  deze relatie komt door de voorgestelde wijziging sterk onder druk te staan. Het gaat er immers  ook om of de (inmiddels) patiënt zich bij de zorgverlener comfortabel en/of vertrouwd voelt.  Daarvoor is keuzevrijheid om ergens te blijven of om weg te gaan, essentieel voor alle partijen.   

In het kader van vertrouwen: de minister heeft toegezegd – als gevolg van de eisen van de  oppositie – tegemoet te komen aan de wens wel te kunnen blijven kiezen voor een zorgverlener  die aansluit bij religieuze overtuigingen of godsdienstige gezindte. Zorgverzekeraars hebben bij  monde van Zorgverzekeraars Nederland aangegeven dit principieel onjuist en praktisch  onuitvoerbaar te vinden. Dat betekent dus eigenlijk dat niet aan de voorwaarden van de  Tweede Kamer kan worden voldaan.   

5. De voorgestelde kostenbesparing berust op drijfzand 
De indruk is gewekt dat met de wijziging een grote besparing zou kunnen worden gerealiseerd.  De besparing is tot op heden echter nergens onderbouwd, nog los van de vraag waar die  besparing terechtkomt.   

De voorgestelde wijziging beoogt dat de zorgverzekeraar bij niet gecontracteerde zorg geen  enkele vergoeding meer hoeft te betalen en dat patiënten, willen ze toch de behandeling laten  verrichten door de niet-gecontracteerde zorgverlener, deze zelf moeten betalen. In dat geval zal  de drempel voor verreweg de meeste patiënten zo hoog worden, dat die de lijn van de  zorgverzekeraar zullen volgen en zullen kiezen voor de gecontracteerde zorgverlener of  -instelling. Die – wil die zorg goedkoper worden ingekocht zodat er sprake is van een besparing  – dus voor meer dan 20 tot 30 procent goedkopere zorg zal moeten aanbieden dan thans het  geval is. Een dergelijke prijsverlaging bij minder aanbieders lijkt niet voor de hand te liggen. De  vraag naar zorg of naar bepaalde behandelingen neemt immers niet af.   

Er is thans wel al sprake van een beperking: de zorgverzekeraar kan besluiten bij  naturapolissen niet alle kosten te vergoeden, maar op grond van de huidige wettekst ‘een  redelijk bedrag’ te vergoeden. Dat betekent dat de patiënt ofwel een bijbetaling moet plegen van  (in de praktijk) circa 20 tot 30 procent van de kosten, ofwel dat de zorgverlener of -instelling  ervoor kiest de bijbetaling bij de patiënt niet te claimen. In beide gevallen is dus nu al een  besparing voor de zorgverzekeraar mogelijk bij niet gecontracteerde zorg die een positief effect  zou kunnen hebben op de premie.   

Brief van de VvAA aan de Eerste Kamer, 1 juli 2014      

Fysiotherapie Wetenschap

Politiek

Zorgverzekeraar